Atlas van de lokale lasten 2010
Op 29 maart 2010 is de Atlas van de lokale lasten 2010 verschenen. Sinds 1997 brengt COELO
jaarlijks het niveau en ontwikkelingen van de lokale lasten in kaart.
Tariefontwikkeling
Met ingang van 2010 wordt voor de onroerendezaakbelastingen de waarde in peiljaar 2009 als grondslag
gebruikt. Vorig jaar was dit 2008. De waarde van woningen is hierdoor gemiddeld 0,2 procent gestegen.
Gecorrigeerd voor de waardestijging ligt het gemiddelde ozb-tarief voor woningen 1,3 procent hoger dan
vorig jaar. Het ozb-tarief van niet-woningen ligt ook 1,3 procent hoger.
De rioolheffing stijgt het sterkst, maar de stijging is minder sterk dan in voorgaande jaren.
De gemiddelde stijging bedraagt 5,17 euro (3,2 procent, zie tabel 1).De gemiddelde reinigingsheffing
stijgt dit jaar met 0,2 procent (0,61 euro).Deze cijfers zijn niet gecorrigeerd voor de inflatie.
Het bedrag dat eigenaren van woningen gemiddeld betalen is 1,4 procent procent hoger dan vorig jaar (3,02 euro).
Aan provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting voor een auto van circa 1000 kilo
(bijvoorbeeld een VW Golf) is men dit jaar gemiddeld 0,4 procent meer kwijt dan het jaar ervoor.
In acht provincies blijft het aantal opcenten gelijk. De sterkste stijging treedt op in Flevoland.
Hier betaalt een eigenaar van genoemde auto 4,10 euro meer dan in 2007.
Het gemiddelde tarief voor de zuiveringsheffing (waterschappen) stijgt met 3,4 procent (5,03 euro)
en dat van de ingezetenenheffing met 4,3 procent (2,61 euro). Gecorrigeerd voor de stijging van de woz-waarden loopt
het gemiddelde tarief van de heffing gebouwd (de 'ozb van de waterschappen') op met 2,6 procent. Een huiseigenaar betaalt
nu gemiddeld 65 euro voor de heffing gebouwd.
|
|
Over de Atlas
De COELO-atlas, die jaarlijks wordt uitgegeven door
het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden, brengt het niveau en de
ontwikkeling van de lokale lasten in kaart. Naast de gemeentelijke heffingen worden ook de provinciale en de
waterschapsbelastingen behandeld. Op deze pagina staat een beknopt overzicht van de belangrijkste
ontwikkelingen.
|
Tabel 1 Tarievenoverzicht gezinshuishoudens 2010
|
Tarief in % (ozb en heffing gebouwd) of euro's |
Verandering t.o.v. 2009 |
|
Laagste |
Gemiddelde (a) |
Hoogste |
Laagste |
Gemiddeld |
Hoogste |
| OZB eigenaar woningen (b) |
0,0328 |
0,0943 |
0,1811 |
-20% |
+1,3% |
+20% |
| OZB niet-woningen (eigenaar + gebruiker)(b) |
0,0586 |
0,3270 |
0,7261 |
-13% |
+1,3% |
+65% |
| Reinigingsheffing (c) |
24 |
271 |
379 |
-16% |
+0,2% |
+86% |
| Rioolheffing (c) |
43(d) |
165 |
442 |
-36% |
+3,2% |
+110% |
| Woonlasten (e) |
474 |
659 |
1.168 |
-14% |
+1,3% |
+17% |
| Toeristenbelasting (f) |
0,35 (d) |
1,31 |
5,45 |
-21% |
20,3% |
+122% |
| Hondenbelasting (d) |
24,80 |
57,35 |
116 |
-11% |
+1,0% |
+59% |
| Paspoort |
36,75 |
50,63 |
50,90 |
-1% |
+2,4% |
+13% |
| Rijbewijs |
23,00 |
41,74 |
65,00 |
-22% |
+2,9% |
+64% |
| Uittreksel GBA |
0,00 |
8,22 |
14,60 |
-56% |
+2,8% |
+150% |
| Provinciale opcenten (g) |
124 |
146 |
174 |
0% |
+0,5% |
+5,7% |
| Zuiveringsheffing (c) |
116 |
154 |
215 |
-1% |
+3,4% |
+10% |
| Ingezetenenheffing |
28 |
63 |
110 |
-3% |
+4,3% |
+10% |
| Heffing gebouwd (b) |
0,0123 |
0,0262 |
0,0775 |
-7,5% |
+2,6% |
+25% |
(a) Gemiddelden zijn gewogen naar aantal inwoners (gemeenten en provincies), vervuilingseenheden (zuiveringsheffing),
aantal ingezetenen (ingezetenenheffing) of woz-waarde (heffing gebouwd). Nultarieven zijn meegerekend.
(b) De verandering ten opzichte van 2009 is gecorrigeerd voor de waardestijging van de grondslag
(c) Meerpersoonshuishouden.
(d) Wordt niet overal geheven.
(e) Het bedrag dat een meerpersoonshuishouden in een woning met gemiddelde waarde betaalt aan ozb, rioolheffing en
reinigingsheffing, na aftrek van een eventuele heffingkorting.
(f) Hotelovernachting.
(g) Volkswagen Golf, 1.000 kilo, benzinemotor, op jaarbasis
Gemeentelijke woonlasten
Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een
bepaalde gemeente betaalt aan ozb, rioolheffing en reinigingsheffing, minus een eventuele
heffingskorting. Een meerpersoonshuishouden is dit jaar 8,54 meer kwijt aan
de gemeentelijke woonlasten, een stijging van 1,3 procent. Deze stijging wordt vooral
veroorzaakt door de stijging van het rioolrecht.
Achter de gemiddelde stijging gaan lokale veranderingen schuil die lopen van een verlaging met
14 procent in Nijkerk tot een verhoging met 17 procent in het deel van het voormalige Meerlo-
Wanssum dat nu onderdeel is geworden van Venray . In de goedkoopste gemeente bedragen de woonlasten
474 euro (Zevenaar) en in de duurste 1.168 euro (Blaricum). De gemiddelde woonlasten liggen op 659 euro.
Ook als we de waterschapslasten, meenemen zijn de woonlasten het laagst in Zevenaar (687 euro).
De tweede plek is voor Veldhoven (696 euro). Op de derde plaats staat Bunschoten met 698 euro.
De duurste plek om te wonen is Blaricum, waar het gemiddelde huishouden 1.490 euro per jaar
betaalt, 1.168 euro aan de gemeente en 322 euro aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Op de
tweede plaats staat het oostelijke deel van Reeuwijk dat onder waterschap De Stichtse Rijnlanden valt
(1.433 euro) en op de derde plaats het westelijk deel van Reeuwijk dat hoort bij waterschap Rijnland (1.384 euro).
Netto woonlasten
Het is niet altijd zo dat gemeenten met hoge woonlasten ook veel geld overhouden aan de
belastingen die zij van huishoudens innen. Dat komt doordat gemeenten met relatief waardevol
onroerend goed binnen de grenzen een lagere algemene uitkering van het Rijk ontvangen dan andere
gemeenten. Zij worden geacht een groter deel van hun uitgaven uit hun eigen belastinginkomsten
te financieren. De netto woonlasten geven een indicatie van het bedrag dat een gemeente per
huishouden van de woonlasten overhoudt. De netto woonlasten zijn de bruto woonlasten gecorrigeerd
voor de verevening van belastingcapaciteit via de algemene uitkering.
De netto woonlasten zijn het laagst in Terschelling (427 euro). De hoogste netto woonlasten heeft
Reeuwijk (1.031 euro). Van gemeenten met hoge netto woonlasten die geen bijzondere kostenposten hebben
mag worden verwacht dat zij hun inwoners een bovengemiddeld voorzieningenniveau bieden. Is dat niet
zo dan wordt er mogelijk niet efficiënt gewerkt.
|