Atlas van de lokale lasten 2011
Op maart 2011 is de Atlas van de lokale lasten 2011 verschenen. Sinds 1997 brengt COELO
jaarlijks het niveau en ontwikkelingen van de lokale lasten in kaart.
Tariefontwikkeling
Met ingang van 2011 wordt voor de onroerendezaakbelastingen de waarde in peiljaar 2010 als grondslag
gebruikt. Vorig jaar was dit 2009. De waarde van woningen is hierdoor gemiddeld 2,6 procent gedaald.
Gecorrigeerd voor de waardestijging ligt het gemiddelde ozb-tarief voor woningen 2,0 procent hoger dan
vorig jaar. Het ozb-tarief van niet-woningen ligt 1,9 procent hoger.
De rioolheffing stijgt het sterkst. De gemiddelde stijging bedraagt 6,49 euro (3,9 procent, zie tabel 1). Opmerkelijk is dat
de gemiddelde reinigingsheffing dit jaar iets lager is dan in 2010 (daling van 0,5 procent, ofwel 1,30 euro). Deze cijfers zijn niet
gecorrigeerd voor de inflatie (2,0 procent). Het bedrag dat eigenaren van woningen gemiddeld betalen is 1,6 procent procent hoger dan vorig jaar
(10 euro). De stijging is dus minder dan de inflatie.
Aan provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting voor een auto van circa 1150 kilo
(bijvoorbeeld een VW Golf) is men dit jaar gemiddeld 0,4 procent meer kwijt dan het jaar ervoor.
In zeven provincies blijft het aantal opcenten gelijk. De sterkste stijging treedt op in Groningen.
Hier betaalt een eigenaar van genoemde auto 4,9 procent meer dan in 2010 (bijna 9 euro).
Het gemiddelde tarief voor de zuiveringsheffing (waterschappen) stijgt met 2,6 procent (3,95 euro)
en dat van de ingezetenenheffing met 4,9 procent (3,10 euro). Gecorrigeerd voor de stijging van de woz-waarden loopt
het gemiddelde tarief van de heffing gebouwd (de 'ozb van de waterschappen') op met 0,1 procent. Een huiseigenaar betaalt
nu net als in 2010 gemiddeld 65 euro voor de heffing gebouwd.
|
|
Over de Atlas
De COELO-atlas, die jaarlijks wordt uitgegeven door
het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden, brengt het niveau en de
ontwikkeling van de lokale lasten in kaart. Naast de gemeentelijke heffingen worden ook de provinciale en de
waterschapsbelastingen behandeld. Op deze pagina staat een beknopt overzicht van de belangrijkste
ontwikkelingen.
|
Tabel 1 Tarievenoverzicht gezinshuishoudens 2011
|
Tarief in % (ozb en heffing gebouwd) of euro's |
Verandering t.o.v. 2010 |
|
Laagste |
Gemiddelde (a) |
Hoogste |
Laagste |
Gemiddeld |
Hoogste |
| Ozb eigenaar woningen (b) |
0,0412 |
0,0992 |
0,1916 |
-37% |
+2,0% |
+33% |
| Ozb niet-woningen (eigenaar + gebruiker)(b) |
0,0761 |
0,3408 |
0,7192 |
-36% |
+1,9% |
+104% |
| Reinigingsheffing (c) |
24 |
269 |
400 |
-41% |
-0,5% |
+42% |
| Rioolheffing (c) |
44(d) |
172 |
469 |
-42% |
+3,9% |
+35% |
| Woonlasten (c)(e) |
480 |
671 |
1.165 |
-24% |
+1,6% |
+21% |
| Toeristenbelasting (f) |
0,35 (d) |
1,34 |
5,43 |
-74% |
3,6% |
+200% |
| Hondenbelasting (d) |
25,00 |
58,01 |
117,70 |
-23% |
+1,6% |
+70% |
| Paspoort |
38,00 |
51,75 |
52,12 |
-1% |
-18% |
+11% |
| Rijbewijs |
23,35 |
42,31 |
65,50 |
-25% |
+1,3% |
+34% |
| Uittreksel GBA |
0,00 |
8,75 |
16,50 |
-58% |
+6,6% |
+151% |
| Provinciale opcenten (g) |
156 |
184 |
218 |
0% |
+0,4% |
+5% |
| Zuiveringsheffing (c) |
122 |
158 |
235 |
-5% |
+2,6% |
+9% |
| Ingezetenenheffing |
29 |
66 |
114 |
-12% |
+4,9% |
+14% |
| Heffing gebouwd (b) |
0,0125 |
0,0269 |
0,0556 |
-35% |
+0,1% |
+8% |
(a) Gemiddelden zijn gewogen naar aantal inwoners (gemeenten en provincies), vervuilingseenheden (zuiveringsheffing),
aantal ingezetenen (ingezetenenheffing) of woz-waarde (heffing gebouwd). Nultarieven zijn meegerekend.
(b) De verandering ten opzichte van 2010 is gecorrigeerd voor de waardestijging van de grondslag
(c) Meerpersoonshuishouden.
(d) Wordt niet overal geheven.
(e) Het bedrag dat een meerpersoonshuishouden in een woning met gemiddelde waarde betaalt aan ozb, rioolheffing en
reinigingsheffing, na aftrek van een eventuele heffingkorting.
(f) Hotelovernachting.
(g) Volkswagen Golf, 1.150 kilo, benzinemotor, op jaarbasis
Gemeentelijke woonlasten
Onder de gemeentelijke woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een
bepaalde gemeente betaalt aan ozb, rioolheffing en reinigingsheffing, minus een eventuele
heffingskorting. Een meerpersoonshuishouden is dit jaar 10 euro meer kwijt aan
de gemeentelijke woonlasten, een stijging van 1,6 procent. Deze stijging wordt vooral
veroorzaakt door de stijging van de rioolheffing.
Achter de gemiddelde stijging gaan lokale veranderingen schuil die lopen van een verlaging met
24 procent in het voormalige Abcoude (nu onderdeel van Ronde Venen) tot een verhoging met 21 procent in Borsele.
In de goedkoopste gemeente bedragen de woonlasten 480 euro (Zevenaar) en in de duurste 1.165 euro (Blaricum). De gemiddelde
woonlasten liggen op 671 euro.
Ook als we de waterschapslasten meenemen zijn de woonlasten het laagst in Zevenaar (756 euro).
De tweede plek is voor Bunschoten (759 euro). Op de derde plaats staat Beesel met 771 euro.
De duurste plek om te wonen is Blaricum, waar het gemiddelde huishouden 1.497 euro per jaar
betaalt, 1.165 euro aan de gemeente en 331 euro aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Op de
tweede plaats staat Wassenaar (1.408 euro) en op de derde plaats Bergen NH (1.358 euro).
Netto woonlasten
Het is niet altijd zo dat gemeenten met hoge woonlasten ook veel geld overhouden aan de
belastingen die zij van huishoudens innen. Dat komt doordat gemeenten met relatief waardevol
onroerend goed binnen de grenzen een lagere algemene uitkering van het Rijk ontvangen dan andere
gemeenten. Zij worden geacht een groter deel van hun uitgaven uit hun eigen belastinginkomsten
te financieren. De netto woonlasten geven een indicatie van het bedrag dat een gemeente per
huishouden van de woonlasten overhoudt. De netto woonlasten zijn de bruto woonlasten gecorrigeerd
voor de verevening van belastingcapaciteit via de algemene uitkering.
De netto woonlasten zijn het laagst in Ameland (442 euro). De hoogste netto woonlasten heeft de
voormalige gemeente Reeuwijk (1.040 euro), nu onderdeel van Bodegraven-Reeuwijk. Van gemeenten met
hoge netto woonlasten die geen bijzondere kostenposten hebben mag worden verwacht dat zij hun inwoners
een bovengemiddeld voorzieningenniveau bieden. Is dat niet zo dan wordt er mogelijk niet efficiënt gewerkt.
|