Complexiteit zorgt voor langere formaties en langere akkoorden in gemeenten

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 duurde het veel langer om colleges te formeren dan na die van 2014 (gemiddeld 64 in plaats van 49 dagen). Bovendien waren de collegeakkoorden in 2018 veel uitgebreider (40.000 in plaats van 34.000 letters en cijfers). Het is kennelijk lastiger geworden om in gemeenten politieke besluiten te nemen. Samen met het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen onderzocht COELO mogelijke verklaringen hiervoor.

Dat de in 2018 gesloten akkoorden zoveel omvangrijker zijn hangt vooral samen met de recente overdracht van taken in het sociale domein naar gemeenten. Verder blijken collegeakkoorden langer te zijn naarmate de raad meer versplinterd is, gemeenten groter zijn en zittende collegepartijen bij de verkiezingen meer raadszetels behalen.

Waarom de formaties in 2018 zoveel langer duurden dan in 2014 is moeilijker te verklaren. Formaties duren langer naarmate de raad meer versplinterd is, gemeenten groter zijn, er na verkiezingen meer nieuwe raadsleden aantreden en anti-elitaire partijen meer raadsleden hebben. Toch verklaren deze factoren samen maar een klein deel van de langere formatieduur in 2018.

Grotere gemeenten en nieuwe taken maken de politiek complexer. Dit lijkt zich steeds moeilijker te verhouden tot een lekenbestuur van deeltijdpolitici. Als de landelijke politiek kiest voor grotere gemeenten of het overdragen van complexe bestuurlijke taken aan gemeenten, zullen gemeenteraadsleden ook in staat gesteld moeten worden om die verantwoordelijkheid te dragen. Bijvoorbeeld door meer tijd te krijgen voor hun werk als raadslid. Als de politiek blijft vasthouden aan het lekenbestuur op lokaal niveau dan moeten we oppassen om nog meer taken te decentraliseren of om gemeenten nog groter te maken.

Dit onderzoek werd gesubsidieerd door het ministerie van BZK.

Het volledige rapport is hier te vinden.

16 maart 2021

Atlas van de lokale lasten 2021

Een huishouden met een eigen woning betaalt dit jaar gemiddeld 1.361 euro, 3,9 procent meer dan vorig jaar. Daarvan gaat 811 euro naar de gemeente, 188 euro naar de provincie en 362 euro naar het waterschap. De lasten variëren van 1.042 euro in Tilburg tot 2.148 euro in Bloemendaal.

Huurders betalen gemiddeld 873 euro: 411 euro aan de gemeente, 188 euro aan de provincie en 275 euro aan het waterschap. Nijmegen is het goedkoopst (528 euro) en Pijnacker-Nootdorp het duurst (1.213 euro). De woonlasten voor huurders zijn lager omdat zij geen onroerendezaakbelasting betalen aan de gemeente en geen heffing gebouwd aan het waterschap. In een deel van de gemeenten betalen zij ook geen rioolheffing.

Dit blijkt uit de Atlas van de Lokale Lasten die vandaag verschijnt.

 

Met de Lokale Lasten Calculator kunt u zelf uw woonlasten berekenen.

 

De Atlas van de lokale lasten kan hier worden besteld en hier worden gedownload. Het persbericht vindt u hier. U kunt ook de tarieven per gemeente, provincie of waterschap bekijken.

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Corine Hoeben, 050-3633766

15 maart 2021

Gemeentelijke herindeling schaadt lokale en nationale democratie

Gemeentelijke herindelingen verlagen de opkomst bij gemeenteraads- èn Tweede
Kamerverkiezingen. Dit effect is structureel: vijf verkiezingen na herindeling is het effect nog niet
verminderd.

Na herindeling zijn er in een gemeente meer mensen die mogen stemmen. De invloed van een
enkele stem wordt daardoor kleiner. Maar dit kan de uitkomsten niet verklaren, want de opkomst
daalt niet sterker naarmate er bij een herindeling meer gemeenten betrokken zijn. Twee andere
theorieën kunnen dat wel. De eerste voorspelt dat de sociale norm om te stemmen verzwakt
naarmate gemeenten groter worden - ook voor verkiezingen voor andere bestuurslagen zoals de
Tweede Kamer. De tweede voorspelt dat de toegenomen afstand tussen burgers en politiek de
opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen verlaagt. De uitkomsten ondersteunen beide theorieën.

Dit geeft aanknopingspunten voor beleidsmakers. Ten eerste moeten herindelingen niet alleen
economisch maar ook vanuit sociaal oogpunt kloppen. Zo wordt voorkomen dat herindelingen lokale
gemeenschappen, en de bijbehorende normen, teveel verstoren. Ook zullen herindelingsgemeenten
zich moeten inzetten voor het verkleinen van de afstand tussen burgers en politiek. Bijvoorbeeld
middels dorpsraden, en het actief betrekken van inwoners uit alle delen van de gemeente. Dit
gebeurt echter vaak al, en het is de vraag hoeveel winst hier nog te behalen valt.

De meer fundamentele vraag is of herindelingen, en de decentralisaties die daarvoor een drijvende
kracht vormen, wel zo wenselijk zijn. Als het doel van decentralisaties meer lokaal maatwerk is, maar
het resultaat grotere gemeenten met minder democratische participatie is, wat levert dit dan op?

Lees hier het artikel op Me Judice. Het volledige onderzoek (engelstalig) is hier te vinden.

8 maart 2021

Gemeentelijke woonlasten stijgen fors sterker dan inflatie

De gemeentelijke woonlasten stijgen dit jaar aanzienlijk sterker dan de inflatie. Huurders betalen 8,0 procent meer, eigenaar-bewoners 6,2 procent. De afvalstoffenheffing stijgt met 9,1 procent het sterkst, gevolgd door de ozb (5,2 procent). Dit blijkt uit het rapport Kerngegevens Belastingen Grote Gemeenten 2021 dat vandaag verschijnt. COELO onderzocht voor dit jaarlijkse overzicht de tarieven van 40 grote gemeenten, waar 41 procent van de Nederlandse bevolking woont.

Het volledige rapport, met cijfers over alle afzonderlijke grote gemeenten, vindt u hier en het persbericht vindt u hier.

Voor vragen kunt u bellen met Corine Hoeben 050-3633766

11 januari 2021

Helft gemeenten maximeert lokale lastenstijging, maar daar merkt de burger weinig van

Gemeenten beslissen zelf of ze extra belastinggeld ophalen om bijvoorbeeld een zwembad of bibliotheek open te kunnen houden. Veel collegeakkoorden sluiten deze mogelijkheid echter bij voorbaat uit: zij leggen vast dat de lastenstijging beperkt blijft tot een inflatiecorrectie. Toch stijgen de lasten in deze gemeenten niet minder dan in andere gemeenten. Dit blijkt uit onderzoek van COELO op basis van collegeakkoorden in de periode 2010-2018.


In een kwart van de collegeakkoorden staat dat de onroerendezaakbelasting (ozb) hooguit met het inflatiepercentage omhoog mag. Eén derde beperkt op dezelfde manier de stijging van de woonlasten (ozb + rioolheffing + afvalstoffenheffing). Sommige gemeenten beperken zowel de ozb als de woonlasten. In totaal beperkt 52 procent van de coalitieakkoorden op enige manier de lastenstijging. Dit komt in 2010, 2014 en 2018 ongeveer even vaak voor.


De meeste gemeenten met een woonlastenplafond houden zich hieraan. Toch hebben dergelijke plafonds geen merkbaar effect op de lastenontwikkeling. In de eerste plaats komt dit doordat de woonlasten in gemeenten zonder woonlastenplafond vaak ook niet meer dan met het inflatiepercentage stijgen. Verder zijn er nog aardig wat gemeenten die zich niet aan hun eigen woonlastenplafond houden. Of een gemeente een woonlastenplafond heeft maakt voor de lokale lasten dus weinig uit.


Ook is onderzocht of lastenplafonds ertoe leiden dat andere belastingen, die niet onder het plafond vallen, sterker worden verhoogd. Dat blijkt niet zo te zijn: een woonlastenplafond leidt niet tot een sterkere stijging van de toeristen- of de precariobelasting.


Lastenplafonds leiden dus niet tot een merkbaar ander belastingbeleid. Aan de ene kant is dit positief, omdat coalities kennelijk beleidsvrijheid houden om hun belastingen aan te passen aan veranderende omstandigheden en voorkeuren. Dit is goed voor de publieke welvaart. Aan de andere kant kan het vertrouwen van burgers in de lokale democratie afnemen wanneer beloftes uit coalitieakkoorden worden geschonden.


Dit onderzoek is bekostigd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


Het onderzoeksrapport is hier te downloaden.

 

7 januari 2021