Gemeentelijke woonlasten stijgen fors sterker dan inflatie

De gemeentelijke woonlasten stijgen dit jaar aanzienlijk sterker dan de inflatie. Huurders betalen 8,0 procent meer, eigenaar-bewoners 6,2 procent. De afvalstoffenheffing stijgt met 9,1 procent het sterkst, gevolgd door de ozb (5,2 procent). Dit blijkt uit het rapport Kerngegevens Belastingen Grote Gemeenten 2021 dat vandaag verschijnt. COELO onderzocht voor dit jaarlijkse overzicht de tarieven van 40 grote gemeenten, waar 41 procent van de Nederlandse bevolking woont.

Het volledige rapport, met cijfers over alle afzonderlijke grote gemeenten, vindt u hier en het persbericht vindt u hier.

Voor vragen kunt u bellen met Corine Hoeben 050-3633766

11 januari 2021

Helft gemeenten maximeert lokale lastenstijging, maar daar merkt de burger weinig van

Gemeenten beslissen zelf of ze extra belastinggeld ophalen om bijvoorbeeld een zwembad of bibliotheek open te kunnen houden. Veel collegeakkoorden sluiten deze mogelijkheid echter bij voorbaat uit: zij leggen vast dat de lastenstijging beperkt blijft tot een inflatiecorrectie. Toch stijgen de lasten in deze gemeenten niet minder dan in andere gemeenten. Dit blijkt uit onderzoek van COELO op basis van collegeakkoorden in de periode 2010-2018.


In een kwart van de collegeakkoorden staat dat de onroerendezaakbelasting (ozb) hooguit met het inflatiepercentage omhoog mag. Eén derde beperkt op dezelfde manier de stijging van de woonlasten (ozb + rioolheffing + afvalstoffenheffing). Sommige gemeenten beperken zowel de ozb als de woonlasten. In totaal beperkt 52 procent van de coalitieakkoorden op enige manier de lastenstijging. Dit komt in 2010, 2014 en 2018 ongeveer even vaak voor.


De meeste gemeenten met een woonlastenplafond houden zich hieraan. Toch hebben dergelijke plafonds geen merkbaar effect op de lastenontwikkeling. In de eerste plaats komt dit doordat de woonlasten in gemeenten zonder woonlastenplafond vaak ook niet meer dan met het inflatiepercentage stijgen. Verder zijn er nog aardig wat gemeenten die zich niet aan hun eigen woonlastenplafond houden. Of een gemeente een woonlastenplafond heeft maakt voor de lokale lasten dus weinig uit.


Ook is onderzocht of lastenplafonds ertoe leiden dat andere belastingen, die niet onder het plafond vallen, sterker worden verhoogd. Dat blijkt niet zo te zijn: een woonlastenplafond leidt niet tot een sterkere stijging van de toeristen- of de precariobelasting.


Lastenplafonds leiden dus niet tot een merkbaar ander belastingbeleid. Aan de ene kant is dit positief, omdat coalities kennelijk beleidsvrijheid houden om hun belastingen aan te passen aan veranderende omstandigheden en voorkeuren. Dit is goed voor de publieke welvaart. Aan de andere kant kan het vertrouwen van burgers in de lokale democratie afnemen wanneer beloftes uit coalitieakkoorden worden geschonden.


Dit onderzoek is bekostigd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


Het onderzoeksrapport is hier te downloaden.

 

7 januari 2021