Benchmark: vergelijking gemeentelijke woonlasten per provincie

Achtergrond
Het vaststellen van de tarieven van de gemeentelijke
belastingen en heffingen is een taak van de
gemeenteraad. Voor de afvalstoffenheffing en
rioolheffing geldt dat de begrote opbrengst niet
hoger mag zijn dat de begrote kosten ter zake. Er
is daarmee een maximum aan de hoogte van de
tarieven. De tarieven mogen echter wel lager dan
kostendekkend worden vastgesteld. Dit betekent
dat een deel van de kosten van afvalinzameling en
‑verwerking of gemeentelijk waterbeheer wordt gedekt
uit de algemene middelen ( bijvoorbeeld ozb). Elke
afzonderlijke gemeente is vrij om zelf de hoogte van
de ozb-tarieven te bepalen. In 2006 en in 2007 golden
hiervoor beperkingen, maar die zijn in 2008 weer
opgeheven. Toen is wel een zogeheten macronorm
ingevoerd. Die stelde een bovengrens aan de totale
stijging van de ozb-opbrengst van alle gemeenten
tezamen. De beperking gold dus voor de totale
opbrengst, in individuele gemeenten mocht de ozbopbrengst
wel sterker stijgen dan de macronorm. De
macronorm was niet wettelijk vastgelegd, maar volgde
uit een afspraak tussen rijksoverheid en de Vereniging
Nederlandse Gemeenten (VNG).


In 2014 is een evaluatie uitgevoerd. De conclusie was
dat de macronorm geen effectief instrument is om
de lastenontwikkeling te beheersen. De werkgroep
adviseerde om de macronorm af te schaffen.90
Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door deze
benchmark. De benchmark beoogt, door middel van
meer vergelijking de informatievoorziening over de
ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen, zodat
hiermee door de gemeenten ten aanzien van de keuzes
omtrent de ontwikkeling van de lokale lasten rekening
gehouden kan worden. De benchmark vergelijkt voor
alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van
de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met
een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de
gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de
rioolheffing minus een eventuele heffingskorting.

Leeswijzer bij de figuren
Op de volgende bladzijden vindt u voor iedere
provincie een figuur. In het bovenste deel van de
figuur is de mutatie van de woonlasten van 2019
op 2020 weergegeven. In de onderste figuur de
hoogte van de woonlasten. Hierbij is ieder balkje
opgesplitst in het bedrag dat gemiddeld wordt
betaald voor onroerendezaakbelasting, rioolheffing en
afvalstoffenheffing. De doorgetrokken rode lijn geeft in
beide onderdelen het landelijke gemiddelde weer, de
gestippelde rode lijn het provinciale gemiddelde.


Er vinden bijna jaarlijks herindelingen van gemeenten
plaats. Gemeenten mogen tot twee jaar na een
herindeling afzonderlijke tarieven hanteren in de
voormalige gemeenten. In de figuren worden daarom
de woonlasten per deelgemeente weergegeven.
Vijfheerenlanden is bijvoorbeeld in 2020 ontstaan door
een samenvoeging van Leerdam, Vianen en Zederik.
In de figuur zijn de drie deelgemeenten weergeven als
Vijfheerenlanden/Leerdam, Vijfheerenlanden/Vianen
en Vijfheerenlanden/Zederik.

 

De figuren bieden de mogelijkheid om de gemeenten
op verschillende punten te vergelijken. Allereerst
geeft de positie op de x-as (hoe ver naar rechts staat
de gemeente?) informatie over de hoogte van de
gemeentelijke woonlasten in vergelijking met die van
de andere gemeenten in de provincie. De horizontale
rode lijnen laten zien in hoeverre de gemeentelijke
woonlasten en de mutatie afwijken van het gemiddelde
in Nederland (doorgetrokken rode lijn) en de provincie
(gestippelde rode lijn).


Verder kan binnen iedere provincie de hoogte van
de ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden
vergeleken. In de provincie Gelderland is bij Nijmegen
het middenblauwe deel van de balk bijvoorbeeld klein
in vergelijking met dat bij de andere gemeenten en
dat van de ozb groot. In Nijmegen komt dit doordat
de gemeente maar een klein deel van de kosten
van afvalinzameling en –verwerking dekt uit de
opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en een groot
deel uit de ozb-opbrengst.

Enkele gemeenten hanteren geven een korting op de
totale aanslag (heffingskorting). De hoogte van de
heffingskorting wordt weergegeven met een oranje
balkje. Het bedrag van de heffingskorting is verrekend
met de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing
en de rioolheffing in de gemeente door het gekorte
bedrag te delen door drie en dit in minder te brengen
op de drie betaalde bedragen.