1 Gemeentelijke herindeling en artikel 12-status

Gemeentelijke herindeling

Van 2018 op 2019 is het aantal gemeenten met 25 afgenomen tot 355. Op de kaart hiernaast zijn de gemeenten ingekleurd die de afgelopen jaren zijn heringedeeld.

Het kabinet (Rutte II) streefde aanvankelijk naar een radicale vermindering van het aantal gemeenten. Opschaling zou de bestuurskracht van gemeenten vergroten, en op termijn een miljard euro aan kosten besparen (volgens het regeerakkoord). Uit onderzoek blijkt echter dat herindelingen niet tot lagere uitgaven leiden.  Rutte II heeft later de opschalingsambities beperkt. Het kabinet Rutte III vind het wenselijk dat gemeenten die langdurig afhankelijk zijn van samenwerking worden samengevoegd.  Het initiatief hiertoe wordt bij de provincies gelegd. Uit onderzoek blijkt echter dat ook grotere gemeenten veel samenwerken, en dat herindeling niet leidt tot minder samenwerking.  

De figuur onder de kaart laat zien dat het aantal gemeenten al jaren gestaag afneemt. Bij het doortrekken van de bestaande trend zou Nederland in 2051 nog maar één gemeente overhebben.

Sommige heringedeelde gemeenten hanteren voor een aantal gemeentelijke belastingen nog verschillende tarieven in de territoria van de opgeheven gemeenten. In deze uitgave worden daarom de binnengemeentelijke tariefgebieden afzonderlijk weergegeven. De relevante binnengrenzen zijn op de kaart hiernaast wit ingetekend.

Artikel 12

Gemeenten die in ernstige financiële problemen verkeren, kunnen op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet een aanvullende uitkering aanvragen. Dit kan als de algemene middelen van de gemeente aanmerkelijk en structureel tekortschieten om in de noodzakelijke behoeften te voorzien, terwijl de eigen inkomsten zich op een redelijk peil bevinden. Dit laatste betekent (in 2019) concreet dat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn en dat het gewogen gemiddelde ozb-tarief ten minste 0,1905 procent van de woz-waarde moet bedragen. Niet-kostendekkende tarieven voor riool en reiniging zijn alleen toegestaan voor zover deze door een hoger ozb-tarief worden gecompenseerd.

Artikel 12-gemeenten zijn dus genoodzaakt hoge tarieven te hanteren. Of dit ook altijd tot hoge lasten voor hun inwoners leidt, hangt af van de waarde van de onroerende zaken binnen deze gemeenten.

Aantal artikel 12-gemeenten gestabiliseerd

In de jaren tachtig van de vorige eeuw hadden nog tientallen gemeenten de artikel 12-status. Sindsdien is dit aantal gestaag teruggelopen, onder meer door de voortdurende gemeentelijke herindelingen en de invoering van de nieuwe Financiële-verhoudingswet uit 1997, die beter rekening houdt met kostenverschillen tussen gemeenten. Dit jaar is er, net als vorig jaar, één artikel 12-gemeente.  Op de kaart is die gemeente (Vlissingen) geel gekleurd.

Het artikel 12-vangnet is specifiek Nederlands. Andere landen zijn huiverig om gemeenten in nood te redden, omdat dit onverantwoordelijk beleid zou uitlokken. In Nederland zijn daar echter geen aanwijzingen voor.

8 Gestandaardiseerd ozb-tarief woningen

Gedeeltelijke verevening van belastingcapaciteit leidt tot tariefverschillen

De belastingopbrengst is gelijk aan het tarief maal de grondslag. Gemeenten met een verhoudingsgewijs kleine belastinggrondslag – en dus relatief lage woningwaarden – hebben hogere ozb-tarieven nodig dan gemeenten met een grote grondslag om eenzelfde belastingopbrengst te genereren. De rijksoverheid houdt hier rekening mee door gemeenten met dure woningen een lagere uitkering te geven uit het gemeentefonds, maar deze compensatie is niet volledig (bij woningen 80 procent). Dat betekent dat gemeenten met bovengemiddeld dure woningen bij een bepaald ozb-tarief over meer algemene middelen beschikken dan andere gemeenten. Dit is een van de redenen dat gemeenten met een lage waarde van onroerende zaken relatief hoge ozb-tarieven kennen.

Gestandaardiseerd tarief

Om de hoogte van de ozb-tarieven vanuit gemeentelijk perspectief te kunnen vergelijken zijn gestandaardiseerde tarieven berekend. Dit zijn de tarieven die de gemeenten bij gelijke opbrengst zouden heffen wanneer ze een gemiddelde belastingcapaciteit hadden gehad (of wanneer de rijksoverheid verschillen in belastingcapaciteit niet gedeeltelijk maar geheel zou verevenen).

Amsterdam heeft voor woningen het laagste gestandaardiseerde tarief (0,0463 procent), Appingedam het hoogste (0,2390 procent). Het gemiddelde bedraagt 0,1115 procent.

Opvallend is dat Noord-Nederland en Zuid-Limburg niet alleen hoge ozb-tarieven hebben (kaart 5), maar ook hoge gestandaardiseerde ozb-tarieven. De lage woningwaarden in die gebieden kunnen de hoge ozb-tarieven dus maar ten dele verklaren.

Milieuheffingen

In dit tabblad vindt u alle kaarten met betrekking tot de milieuheffingen en een beschrijving.

De legenda staat niet standaard in beeld. Deze kunt u zien door linksboven op “>>”te klikken. Hierdoor verschijnt de legenda. Links bovenin staan ook de knoppen waarmee u kunt in- en uitzoomen. Als u op een gemeente klikt verschijnt een pop-up met de gemeentenaam en de voor die gemeente geldende waarde (bijvoorbeeld het bedrag, de hoogte van de mutatie of het tariefsysteem) voor de betreffende kaart.

Onder de kaart en de tekst vindt u bij veel kaarten nog een figuur met een rode lijn. In deze figuur zijn alle gemeenten gerangschikt van laagste naar hoogste waarde.

Voor uitgangspunten en berekeningswijzen en de PDF versie van de Atlas zie de Atlas van de lokale lasten. In de PDF-versie van de Atlas vindt u ook een overzicht van de ontwikkelingen van de decentrale belastingen op macroniveau.

Gemeentelijke woonlasten

In dit tabblad vindt u alle kaarten met betrekking tot de gemeentelijke woonlasten en een beschrijving.

De legenda staat niet standaard in beeld. Deze kunt u zien door linksboven op “>>”te klikken. Hierdoor verschijnt de legenda. Links bovenin staan ook de knoppen waarmee u kunt in- en uitzoomen. Als u op een gemeente klikt verschijnt een pop-up met de gemeentenaam en de voor die gemeente geldende waarde (bijvoorbeeld het bedrag, de hoogte van de mutatie of het tariefsysteem) voor de betreffende kaart.

Onder de kaart en de tekst vindt u bij veel kaarten nog een figuur met een rode lijn. In deze figuur zijn alle gemeenten gerangschikt van laagste naar hoogste waarde.

Voor uitgangspunten en berekeningswijzen en de PDF versie van de Atlas zie de Atlas van de lokale lasten. In de PDF-versie van de Atlas vindt u ook een overzicht van de ontwikkelingen van de decentrale belastingen op macroniveau.

Kwijtschelding

In dit tabblad vindt u alle kaarten met betrekking tot de kwijtscheldingen en een beschrijving.

De legenda staat niet standaard in beeld. Deze kunt u zien door linksboven op “>>”te klikken. Hierdoor verschijnt de legenda. Links bovenin staan ook de knoppen waarmee u kunt in- en uitzoomen. Als u op een gemeente klikt verschijnt een pop-up met de gemeentenaam en de voor die gemeente geldende waarde (bijvoorbeeld het bedrag, de hoogte van de mutatie of het tariefsysteem) voor de betreffende kaart.

Onder de kaart en de tekst vindt u bij veel kaarten nog een figuur met een rode lijn. In deze figuur zijn alle gemeenten gerangschikt van laagste naar hoogste waarde.

Voor uitgangspunten en berekeningswijzen en de PDF versie van de Atlas zie de Atlas van de lokale lasten. In de PDF-versie van de Atlas vindt u ook een overzicht van de ontwikkelingen van de decentrale belastingen op macroniveau.

Toeristen- en hondenbelasting

In dit tabblad vindt u alle kaarten met betrekking tot de toeristen- en hondenbelasting en een beschrijving.

De legenda staat niet standaard in beeld. Deze kunt u zien door linksboven op “>>”te klikken. Hierdoor verschijnt de legenda. Links bovenin staan ook de knoppen waarmee u kunt in- en uitzoomen. Als u op een gemeente klikt verschijnt een pop-up met de gemeentenaam en de voor die gemeente geldende waarde (bijvoorbeeld het bedrag, de hoogte van de mutatie of het tariefsysteem) voor de betreffende kaart.

Onder de kaart en de tekst vindt u bij veel kaarten nog een figuur met een rode lijn. In deze figuur zijn alle gemeenten gerangschikt van laagste naar hoogste waarde.

Voor uitgangspunten en berekeningswijzen en de PDF versie van de Atlas zie de Atlas van de lokale lasten. In de PDF-versie van de Atlas vindt u ook een overzicht van de ontwikkelingen van de decentrale belastingen op macroniveau.

Leges

In dit tabblad vindt u alle kaarten met betrekking tot de leges en een beschrijving.

De legenda staat niet standaard in beeld. Deze kunt u zien door linksboven op “>>”te klikken. Hierdoor verschijnt de legenda. Links bovenin staan ook de knoppen waarmee u kunt in- en uitzoomen. Als u op een gemeente klikt verschijnt een pop-up met de gemeentenaam en de voor die gemeente geldende waarde (bijvoorbeeld het bedrag, de hoogte van de mutatie of het tariefsysteem) voor de betreffende kaart.

Onder de kaart en de tekst vindt u bij veel kaarten nog een figuur met een rode lijn. In deze figuur zijn alle gemeenten gerangschikt van laagste naar hoogste waarde.

Voor uitgangspunten en berekeningswijzen en de PDF versie van de Atlas zie de Atlas van de lokale lasten. In de PDF-versie van de Atlas vindt u ook een overzicht van de ontwikkelingen van de decentrale belastingen op macroniveau.

Omgevingsvergunning

In dit tabblad vindt u alle kaarten met betrekking tot de omgevingsvergunning en een beschrijving.

De legenda staat niet standaard in beeld. Deze kunt u zien door linksboven op “>>”te klikken. Hierdoor verschijnt de legenda. Links bovenin staan ook de knoppen waarmee u kunt in- en uitzoomen. Als u op een gemeente klikt verschijnt een pop-up met de gemeentenaam en de voor die gemeente geldende waarde (bijvoorbeeld het bedrag, de hoogte van de mutatie of het tariefsysteem) voor de betreffende kaart.

Onder de kaart en de tekst vindt u bij veel kaarten nog een figuur met een rode lijn. In deze figuur zijn alle gemeenten gerangschikt van laagste naar hoogste waarde.

Voor uitgangspunten en berekeningswijzen en de PDF versie van de Atlas zie de Atlas van de lokale lasten. In de PDF-versie van de Atlas vindt u ook een overzicht van de ontwikkelingen van de decentrale belastingen op macroniveau.